Insolventiewetgeving

Minister van Justitie Koen Geens schakelt rustig door: na een verregaande hervorming van het Wetboek van Vennootschappen en de codificatie van het ondernemingsrecht in het Wetboek voor Economisch Recht, is een codificatie en update van het insolventierecht een feit.

Per 13 juli 2017 (publicatie B.S. 11 september 2017) werd een splinternieuw en behoorlijk lijvig boek XX aan het Wetboek voor Economisch Recht toegevoegd:

‘Insolventie van ondernemingen’

Naast de incorporatie van de faillissementswet van 1997 en de wet continuïteit ondernemingen van 2009 werden belangrijke vernieuwingen ingevoegd.  Hierbij werd rekening gehouden met de Europese insolventieverordening en ongetwijfeld ook een aantal arresten van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie.

De basisvereisten met betrekking tot een gerechtelijke reorganisatie en een faillissement blijven identiek aan de huidige wetgeving.  Om in aanmerking te komen voor een gerechtelijke reorganisatie vereist de nieuwe insolventiewetgeving nog steeds dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is of dreigt te komen.  De nieuwe faillissementsprocedure stelt nog steeds als voorwaarden een duurzame staking van betaling en een geschokt krediet.

De voornaamste nieuwigheden betreffen

Hernieuwde focus op preventie middels handelsonderzoek en de nieuwe binnen de rechtbank van koophandel op te richten, ‘kamers voor ondernemingen in moeilijkheden’ en de mogelijkheid tot het aanstellen van een ‘ondernemingsbemiddelaar’.

Een doorgedreven procedurele digitalisering

Verruimd toepassingsgebied van de insolventiewetgeving

Vooral dit laatste is vanuit oogpunt van de vrij beroeper baanbrekend

Vrije beroepers maar ook landbouwers, stichtingen, VZW’s en burgerlijke vennootschappen onder de vorm van een handelsvennootschap kunnen vooraan als onderneming onder het insolventierecht ressorteren en derhalve failliet worden verklaard.

Het oude koopmansbegrip gaat op de schop.

Bijkomend – en als kers op de taart – werd een bijkomende aansprakelijkheidsgrond voor (feitelijke) bestuurders voorzien.

Een bestuurder kan voortaan eveneens aansprakelijk worden gesteld wanneer deze cumulatief:

Wist of behoorde te weten dat er kennelijk geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden (en een faillissement te vermijden)

En deze toch heeft nagelaten de activiteiten tijdig stop te zetten.

Criterium is hierbij de normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden geplaatst.  Enkel de curator (en niet een benadeelde schuldeiser) kan een vordering op basis van deze nieuwe aansprakelijkheidsgrond instellen.

Datum inwerkingtreding: 1 mei 2018.

Tekst: Moore Stephens

By | 2017-09-22T13:51:24+00:00 22 September 2017|